Piano technisch

Steinway & Sons mechaniek revisie deel 2 – Speelaard optimaliseren

Steinway & Sons mechaniek speelaard optimaliseren

Steinway & Sons mechaniek revisie deel 2

Speelaard optimaliseren

In deel 1 hebben we het nieuwe mechaniek gepositioneerd en alles opgemeten. Met deze gegevens kunnen we nu de werking van het mechaniek bekijken en de speelaard optimaliseren. Dit is veruit het leukste van een mechaniek revisie. De puzzel van alle gewichten en overbrengingen kloppend maken.

De nieuwe situatie

Zoals ik al in het vorige deel van deze blog aangaf zijn de hamerkoppen te zwaar in het hoog. Daarnaast is er een grillig verloop in het gewicht van de toetsen. Dit komt omdat Steinway & Sons in de fabriek de toetsen uitlood op de traditionele manier. (hierover vertel ik later meer) Ook de overbrengingsverhouding van de zwarte toetsen is hoger dan de witte toetsen.

  

Deze grafieken komen uit het programma van de PTDAE en zijn handige tool om een goed inzicht te krijgen in het mechaniek. Links hierboven zie je het verloop van het hamerkopgewicht en rechts het gewicht van de proeftoetsen.

Overbrenging aanpassen

In de grafiek hiernaast zie je de overbrengingsverhouding van het mechaniek. Zoals je ziet is deze van de zwarte toetsen heel anders dan die van de witte toetsen. Voor ik verder ga aan het mechaniek zorg ik eerst dat ik deze gelijk maak en dat doe ik met behulp van kartonnen schijfjes onder de toets. Deze plaats ik in dit geval achter de balans stift waardoor ik het kantelpunt van de toets naar achter verplaats.

 

  

Linksboven zie je de kartonnen moesjes achter de balanspen en rechts de grafiek van het resultaat. De overbrenging is nu van de zwarte en witte toetsen nagenoeg gelijk.

Hamerkoppen kalibreren

Het belangrijkste ingrediënt van het vleugel mechaniek is de hamerkop. Deze bepaald voor het grootste gedeelte de toon en het speelgewicht. Het is zeer belangrijk dat de hamerkoppen gelijkmatig van gewicht zijn. Vanuit de fabriek zijn ze dat niet, dus een goede technicus zorgt dat ze dat wel zijn.

Hieronder zie je een filmpje waarin ik gewicht van de hamerkoppen afhaal en gewicht toevoeg.

Het gewicht verwijderen doe ik door middel van het schuren van de kern en het vilt van de hamerkop. Het toevoegen van gewicht doe ik met een klein beetje looddraad achter in de hamerkop. Bij het bepalen van de uiteindelijke gewichtscurve van een hamerset is het belangrijk in acht te nemen wat het gemiddelde gewicht is vanuit de fabriek. Zo hoef je alleen kleine hoeveelheden toe te voegen of te verwijderen. Ook cosmetisch ziet de hamerkop er het beste uit bij minimale aanpassingen.

In de tabel hieronder zie je het nieuwe gewicht van de hamerkoppen. De hamers zijn klaar om ingeschroefd te worden.

 

Toetsen kalibreren

De hamerkoppen hebben een mooi aflopend gewicht en de overbrenging is in orde. Dat betekend dat de toetsen ook op de weegschaal gekalibreerd kunnen worden. Als de hamerkoppen niet op gewicht gebracht zouden zijn en de technicus wil toch een bepaald speelgewicht bereiken dan kunnen er flinke verschillen ontstaan van toets tot toets. In het ergste geval bij een verkeerde overbrengingsverhouding kan er te veel lood in de toets komen en gaat het mechaniek zwaar spelen. Je krijgt dan last van de massatraagheid van het lood. Hiernaast zie je het dat het nieuwe toetsgewicht net als de hamers een mooie aflopende lijn heeft gekregen.

In het volgende filmpje zie je hoe ik lood toevoeg aan de toets in combinatie met de weegschaal.

De magic line

Na het weer in elkaar zetten van het mechaniek check ik nog even de “magic line” van de onderhamer naar de toets. Dat is een denkbeeldige lijn die ik trek vanaf de balans van de toets tot het asje van de onderhamer. Hiertussen raken de twee draaiende onderdelen (piloot-onderhamer) elkaar. Als dat raakpunt niet exact op deze denkbeeldige lijn zit dan schuiven de raakpunten over elkaar in plaats van duwen. Dit geeft ongewenste frictie en krachtverlies tussen de onderdelen.

Ik check dit pas nadat ik gewerkt heb met de overbrengingsverhouding. Het kan namelijk zijn dat ik de piloot naar voren of achter haal en dan moet ik dit nog een keer in orde brengen.

Op de plaatjes hieronder zie je hoe ik de lijn met een touwtje trek en op welk punt het touwtje de raakpunten kruist. Als het touwtje onder het raakpunt langs gaat dan verhoog ik de onderhamer en verlaag ik de piloot en andersom haal ik wat van de onderhamer af en verhoog ik de piloot.

  

Afregelen en Intoneren

Alle onderdelen zijn op gewicht en geoptimaliseerd. Het mechaniek kan nu verder afgeregeld en geïntoneerd worden. Het grote voordeel van deze methode is dat je van te voren weet hoe het mechaniek gaat spelen.

Wat is er anders aan mijn methode?

Veel pianotechnici en in de meeste fabrieken (waaronder de Steinway & Sons fabriek) wegen ze het mechaniek nog steeds uit op de traditionele methode. Bij deze methode wordt eerst het mechaniek in elkaar gezet zonder te kijken naar het gewicht van de hamers en overbrengingsverhouding. Zij hebben vervolgens een gewichtje van ∼50 gram en zetten die op de toets. Als de toets nu langzaam naar beneden gaat is het neergewicht 50 gram. Gaat de toets niet naar beneden dan is het neergewicht te hoog en wordt er extra lood in de voorkant van de toets gestopt. Net zo lang tot de toets met 50 gram naar beneden gaat. Een goed uitgewogen mechaniek is vanuit dit oogpunt als alle toetsen naar langzaam naar beneden vallen als je er een gewichtje van 50 gram op zet. Ik heb dat ook zo geleerd en heb dit jarenlang gedaan. Er zijn een aantal dingen waaraan deze methode voorbij gaat.

  • In het mechaniek zitten 5 frictie (vrijving) punten. Deze heb ik aangewezen met een rode pijl in de afbeelding hiernaast. Ieder draai punt geeft een aantal gram frictie en zijn onmogelijk bij iedere toets hetzelfde. Deze grammen doen mee in je meting als je enkel neergewicht meet. Daarnaast is frictie zeer veranderlijk. De kachel een graadje hoger en je kan alle toetsen weer opnieuw uitwegen. Je metingen zijn dus niet zuiver.
  • Geen enkele pianist speelt met zijn vingers 50 gram! Een pianist wil hard, zacht, snel en langzaam kunnen spelen. Met verschillende hoeveelheden lood in de toets gaat een mechaniek juist onregelmatiger spelen.
  • Massatraagheid! Bij een verkeerde overbrenginsverhouding moet er te veel lood in de toets om hem naar beneden te laten vallen met het 50 gram gewichtje. Je krijgt dan tijdens het spelen last van massatraagheid van het lood. Ook te weinig lood kan ervaren worden als een oncontroleerbare speelaard.

Voorbeeld:

Als je de toetsen vergelijkt met een wip, op de ene wip zit een olifant (zware hamerkop) en op de wip ernaast een muis (lichte hamerkop) dan kan ik alle wippen door middel van lood toe te voegen met 50 gram naar beneden laten gaan, maar de wippen gaan er niet gelijkmatiger van wippen. Gelijkmatigheid bereik je dus alleen als je aan beide kanten van de wip kalibreert en het kantelpunt op de juiste plek zet.

De nuance..

Zijn alle traditioneel uitgewogen mechanieken slecht spelende mechanieken? Absoluut niet. Veel mechanieken die traditioneel uitgewogen zijn spelen goed, maar bij het vervangen van hamerkoppen verandert ook vaak het speelgewicht en zijn aanpassingen aan het mechaniek vaak onvermijdelijk.

Ik ben in mijn werk altijd op zoek naar de perfectie en volgens deze methode heb ik tot nu toe een altijd perfect resultaat weten te bereiken.

Let op! Dit blog en andere blogs op mijn website zijn geen doe-het-zelf handleiding. Daarvoor is de uitleg te beknopt en onvolledig. Het is enkel om een kijkje te geven in de manier waarop ik werk. 

Deel mij!

Facebooktwittergoogle_plus